Veiligheid

Sam Colijn-Koschuch

Een behoorlijk actueel thema, als je even naar de wereld kijkt.
Maar onlangs kwam het niet via het journaal,
het wandelde gewoon mijn praktijk binnen.

Een cliënt die al langer bij mij komt, stapte binnen met een duidelijk doel:
hij had nog “een appeltje met mij te schillen.”
De woorden waren wat subtieler —
maar de boosheid droop ervan af.

Toen ik voorzichtig voorstelde om die woede als ingang voor de sessie te nemen,
veranderde de toon direct.
Van gespannen… naar acute oorlog.

Mijn hartslag schoot omhoog.
Ik zei hardop: “Ik ga even rustig ademhalen.”
Mijn lichaam werd rustiger —
en dat van mijn cliënt ook.

Daarna werd er van onderwerp gewisseld alsof er niets was gebeurd.
“En dat moest ik maar accepteren.”

Mijn grens was bereikt —
en toch liet ik hem zitten.
Enigszins beduusd,
bezig mijn eigen veiligheid te bewaken
tot het uur om was.

En ja hoor.
Uren later kwam het.
Het ene DSM-vernietigingswapen na het andere knalde mijn brein in.
Mijn innerlijke Glock 19 stond op scherp.

Ik herhaalde mijn verhaal.
Zocht bondgenoten: mijn man, supervisor, vrienden.
“Je deed het goed.”
“Wat heftig!”
“Logisch dat je zo reageerde.”
Mijn innerlijke oorlog kreeg een leger.

Waarom ik dit deel?

Omdat dit precies is wat we wereldwijd aan het doen zijn.

We blijven ons eigen verhaal herhalen.
Ons gelijk halen.
Onze pijn afschermen met een AR500 Armor
(topkwaliteit kogelvrij vest, voor de liefhebbers).

Maar intussen zitten we vast in de val van ons verleden
en vernietigen we — vanuit die plek —
gebieden, volkeren, gezinnen, systemen.

In therapieland noemen we dit: overdracht.

Als jij heftig reageert op een ander
(tenzij bij acuut gevaar)
zit je zelf ergens vast in je eigen levensverhaal.
Dan ben jij de getriggerde.
De overlever.
Het kind van vroeger.

En dan komt het erop aan.
Wordt het verwerken
of afvuren?

Mijn supervisor nam me mee.
Niet naar de woede van mijn cliënt,
maar naar zijn onveiligheid.

En dat raakte iets in mij.
Iets ouds.
Iets verdrietigs.

Ik begon te huilen.
Mijn hoofd werd stil.
Mijn hart ging open.
Mijn voeten kwamen terug op de grond.

Alle tegenaanvallen die nog op mijn agenda stonden —
geannuleerd in 45 minuten traumawerk.
Zet het op de begroting van VWS.
Scheelt miljarden.

Ik voelde me weer veilig.
Weer thuis in mezelf.

En ineens kon ik ook zijn onveiligheid zien.
Vechten als vorm van verbinding.
Woede als roep om contact.

Toen kon ik weer een sessie inplannen.
Met heldere grenzen —
én opnieuw vertrouwen in zijn potentie.

Dus.

Word je emotioneel verleid om te reageren?
Weet dan: het voelt even lekker.
Je gaat in de aanval.
Je voelt je sterk.

Maar het is geen kracht.
Het is cortisol.
Het is je eeuwen oude verhaal.
En het is destructief.

Wil je écht iets veranderen?

Ga zitten.
Met je lijf.
Met een therapeut.
Met een vriend.

En graaf.
Niet naar schuld.
Maar naar wat eronder ligt.

Dat is het werk.
Het enige dat ons —
en deze opgeblazen wereld —
werkelijk verder helpt.

Sam

Deel dit bericht via: